Eline | Nooit geweten dat lachen en huilen met lotgenoten zo belangrijk is

Eline | Nooit geweten dat lachen en huilen met lotgenoten zo belangrijk is

Verpleegkundige Eline van der Putten krijgt in 2021 te horen dat ze keelkanker heeft met uitzaaiingen in de lymfeklieren. “Mijn milde keelpijn bleek agressieve kanker.” 

Ze krijgt te horen dat genezing mogelijk is, maar de zeven weken lange combinatie van bestraling en chemo valt haar zwaar. Eline: “Na de eerste twee kuren waren mijn gehoor en nierfunctie zo achteruitgegaan, dat een derde chemokuur me te zwaar was. Ik besloot die dan ook niet te doen. De bestralingen gingen wel gewoon door. Mijn man begreep dat, maar mijn meiden hadden daar meer moeite mee.” 

Huis aan het Water

 “Er bleef een zielig hoopje mens van me over. Ik had geen smaak, een droge mond, ik was vrijwel doof en was afhankelijk van sondevoeding. Omdat er een vochtophoping in mijn hals zat, kwam ik bij Nathalie Kool terecht. Zij is behalve oedeemtherapeut ook oncologisch fysiotherapeut bij Huis aan het Water. Ze liet me weer kijken naar mijn mogelijkheden door hier te gaan sporten met lotgenoten.” 

Normaal mens

“De dame die de intake deed bij Huis aan het Water begreep me. Zij stelde geen psycholoog voor maar creatieve therapie in een groep van vier. Met drie anderen tekenen, schilderen en héél veel praten. Ik heb daar al mijn tranen gelaten en ook ontzettend gelachen. Dat heeft me geleerd om weer naar mezelf te kijken als normaal mens, niet als een zielig hoopje dat een draai om haar oren had gekregen. Ik heb nooit geweten dat lachen en huilen met je lotgenoten zo belangrijk is.” 

Culinaire workshop

“Omdat mijn smaak weg is, moest ik opnieuw leren eten. Veel mensen met chemo hebben een andere smaakbeleving. Iets wat lekker was, is nu vies. Ik proef alleen mosterd, mierikswortel en gember. Dan heb je de keus: je soep smaakt naar mierikswortel, naar gember of naar niks. Daarom ging ik naar de culinaire workshop, waar een club mensen kookt en eet onder deskundige leiding van kok Jeroen van Oosterom. Hij leerde mij bijvoorbeeld een alternatief sausje te maken, iets met yoghurt, crème fraîche en munt. Munt is zo heftig, dat ruik ik, en het mondgevoel is romig. Koken werd hier weer leuk. Het is sociaal en met lotgenoten. Nu kook ik thuis ook weer, al is het op geheugen. Ik kan nog steeds een visje braden, maar hoeveel zout erop moet? Dat blijft een ding.” 

Wat is er veranderd

“Eten als sociaal gebeuren vind ik nog steeds moeilijk. Maar het gaat beter. Als mijn man nu na het koken zegt ‘lekker hè’, kan ik zeggen: ‘het ruikt lekker’. Mijn smaakpapillen zijn stuk, maar ruiken kan ik wel.”